DEN HAAG -
Het kabinet wil de AOW-leeftijd verhogen van 65 naar 67 jaar. Maar voorlopig
kunnen nog veel werknemers op hun 65e of zelfs eerder stoppen met werken. Zo
is de eerste ingreep in de AOW vanaf 2020 gepland. Ook wil het kabinet
mensen ontzien die vroeg begonnen zijn met werken en zware beroepen hebben.
Bovendien gaan werknemers nu gemiddeld op hun 62e met pensioen, ondanks een
AOW-leeftijd van 65 jaar. De meesten bouwen namelijk aanvullend pensioen op
en dat kunnen ze straks ook nog inzetten voor vroegpensioen.
Een overzicht van het kabinetsplan dat de Tweede Kamer donderdag bespreekt.
AOW
- De AOW-leeftijd gaat in 2020 van 65 naar 66 jaar. In 2025 vervolgens naar 67
jaar.
- Mensen die al veel jaren hebben gewerkt, worden ontzien. Sinds 2005 is er
een goede registratie van de dienstjaren. Vanaf dan worden de gewerkte jaren
geteld. Mensen die in 2020 hun 65e verjaardag vieren en de laatste vijftien
jaar ten minste drie dagen per week hebben gewerkt, kunnen toch direct AOW
krijgen. In 2021 moet er minstens zestien jaar achtereen zijn gewerkt, in
2022 zeventien jaar, etc. Uiteindelijk geldt dat iemand in 2047 ten minste
42 jaar gewerkt moet hebben om op zijn 65e AOW te krijgen.
- Eerder pensioen betekent wel een lagere AOW. Mensen die in 2020 op hun 65e
stoppen, krijgen een korting van 8 procent op hun uitkering. De korting
wordt bij lagere inkomens deels gecompenseerd door een fiscale
tegemoetkoming. De grens tussen hoge en lage inkomens ligt voor een
alleenstaande op anderhalf keer minimumloon.
Aanvullende pensioenen
- De besturen van de pensioenfondsen, waarin werkgevers en vakbonden zitten,
bepalen zelf of de uittreedleeftijd 65 blijft of dat het 67 wordt.
- Wel is het kabinet van plan om het belastingvriendelijke regime dat geldt
voor het sparen van aanvullend pensioen, aan te passen aan de hogere
AOW-leeftijd. Zo hoopt het kabinet de fondsen te stimuleren om zich aan te
passen.
- Daarbij blijft het mogelijk voor werknemers om een deel van hun aanvullend
pensioen naar voren te halen, zodat ze eerder kunnen stoppen met werken.
Mensen mogen tot 100 procent van het laatstverdiende salaris onder het
fiscaal gunstige regime pensioen opbouwen. Werknemers kunnen het bedrag dat
boven de 70 procent van het loon uitkomt, gebruiken om eerder te stoppen met
werken.
- Verder kunnen in de private pensioenregelingen bestaande rechten die mensen
al hebben opgebouwd om vanaf 65 jaar van de oude dag te genieten, niet
worden afgenomen. Werknemers kunnen ervoor kiezen dit te gebruiken voor
'vroegpensioen'.
Zwaar werk
- Werkgevers moeten investeren in betere arbeidsomstandigheden en nieuwe
technieken om zwaar werk lichter te maken. Of ze moeten hun personeel na
maximaal dertig jaar zwaar werk helpen aan een andere, lichtere baan.
Verzuimt een werkgever, dan moet hij het financieel mogelijk maken voor de
werknemer om toch vanaf 65 jaar met pensioen te gaan. Wat zwaar werk is,
moeten werkgevers met vakbonden vaststellen.
(Bron: de Telegraaf)
Wilt u ook inzicht in św pensioen? Vraag dan een vrijblijvend pensioenadviesgesprek aan.
|